Er zijn van die momenten waarop één zin, één blik of één vraag alles in je leven verschuift. Voor mij gebeurde dat niet op een podium, niet in een vergaderruimte, niet bij het ontvangen van een prijs. Het gebeurde op een gewone werkdag, in een simpel kantoor.
Een medewerker die jarenlang thuis had gezeten, keek me aan en vroeg: “Arthur… denk je dat ik het nog kan? Een baan hebben?” In zijn ogen zag ik pijn, schaamte en twijfel. Maar ik zag ook iets anders: een sprankje hoop, een zweem van talent, een wilskracht die nog onder het oppervlak lag te wachten. En ik voelde meteen: ja, dit kan. Niet omdat hij al ‘klaar’ was voor werk, maar omdat wij hem konden helpen groeien.
Vanaf dat moment wist ik: meedoen begint niet bij regels of systemen, maar bij mensen. Het begint bij écht kijken. Bij durven geloven in iemand die zelf nauwelijks nog durft te hopen. Meedoen is geen procedure, het is een menselijke ontmoeting.
Al acht jaar zie ik bij Facility Support – de afdeling van de Rijksuniversiteit Groningen waar ik leiding aan geef – wat er gebeurt als je mensen die jarenlang buitenspel hebben gestaan, wél een kans geeft. Ik heb levens zien verschuiven, families zien herstellen, schulden zien verdwijnen. Ik heb mensen zien opstaan die zichzelf jarenlang hadden afgeschreven. Ik heb vertrouwen zien terugkeren op plekken waar het volledig verdwenen leek. Angst veranderde in moed, en wanhoop in perspectief.
Maar ik heb ook de keerzijde gezien. Ik heb gezien wat er gebeurt als systemen mensen níet zien. Als regels belangrijker lijken dan menselijkheid. Als loketten langs elkaar heen werken, als iemand steeds opnieuw het gevoel krijgt niet te voldoen. Dat breekt mensen. Het maakt mensen kleiner, onzichtbaar, soms letterlijk ziek. Vooral die onzichtbaarheid raakt me: want een beperking is geen grens, maar onzichtbaarheid wel.
Daarom móést ik dit boek schrijven.
In 2025 kreeg ik de Rick Brink Award uitgereikt. Een enorme eer. Vernoemd naar de politicus die zich tot zijn overlijden grandioos inzette voor een samenleving waarin iedereen mee kan doen. Dat demonstreerde hij ook zelf: hoewel hij lichamelijk zwaar gehandicapt was, participeerde hij maximaal en maakte hij de beperkingen (let wel: in de samenleving) zichtbaar. Voor mij voelde die prijs vooral als een opdracht: vertel het verhaal van álle mensen die elke dag laten zien dat talent belangrijker is dan beperking. Jammie, Curt, Daniël, Joey. Hun gezichten, hun groei, hun kracht draag ik met me mee. Hun verhalen laten zien wat het betekent als iemand weer mag meedoen. Als iemand na jaren weer rechtop de campus uitloopt, als iemand thuis durft te zeggen: “Ik heb vandaag iets betekend.”
Mijn eigen leven en carrière hebben mij op dit punt gebracht. Ik groeide op in een warm, maar arm gezin. Mijn moeder bracht ons groot met weinig middelen, maar met een overvloed aan liefde en doorzettingsvermogen. Ik weet wat het is om op te groeien met een beperking. Dyslexie en een haperende motoriek maakten dat ik altijd harder moest werken om stappen te zetten die voor anderen vanzelfsprekend leken. “Probeer het gewoon, Arthur”, hoorde ik vaak. Goedbedoeld, maar het voelde soms als: vecht maar extra hard.
Ik struikelde letterlijk over mijn eigen benen. Teamsporten als voetbal en basketbal maakten mij vooral onzeker. Maar ik ontdekte dat mijn lichaam andere vormen van kracht kende. Fitness werd mijn uitlaatklep, hardlopen mijn rust en later Hyrox het bewijs dat je niet perfect hoeft te bewegen om sterk te zijn. Die halve marathon, waar ik als jongen niet van durfde dromen, werd werkelijkheid.
En dan mijn rijbewijs: 150 lessen. Twee keer gezakt. Elke les een confrontatie met alles waar ik niet goed in was, maar ik gaf niet op. Niet omdat ik zo’n held ben, maar omdat ik leerde dat volhouden soms het enige is wat je hebt. School was geen rechte lijn voor mij. Mavo, havo, mbo – stap voor stap. In de zorg werkte ik vaak dubbele diensten, en ’s avonds studeerde ik hbo Facility Management. Moe, maar gedreven. En steeds waren er mensen die in mij geloofden op momenten dat ik het zelf niet meer kon. Díe ervaring dat je soms gedragen wordt door het geloof van een ander is de basis van alles wat ik nu doe.
Door deze ervaringen ben ik anders gaan kijken naar de arbeidsmarkt. Ik geloof niet in de term ‘inclusieve arbeidsmarkt’. Het suggereert dat er een gewone arbeidsmarkt is, en daarnaast eentje voor mensen ‘die anders zijn’. Alsof hun plek niet vanzelfsprekend is. Maar dat is precies wat ik níet geloof. We hebben geen ‘inclusieve’ arbeidsmarkt nodig. We hebben een arbeidsmarkt nodig die iedereen ziet. Een arbeidsmarkt die werkt voor mensen, niet andersom.
Daarom schrijf ik dit boek. Omdat niemand zou moeten vechten voor een plek die eigenlijk al van hem of haar is. Een beperking is geen reden om buiten de boot te vallen maar onzichtbaarheid is dat wél. Ik schrijf dit boek voor iedereen die ooit is afgeschreven. Voor iedereen die weer wil meedoen. En ook voor werkgevers, HR-specialisten, leidinggevenden, gemeenten, UWV, jobcoaches en docenten en beleidsmakers. Toch draag ik dit boek vooral op aan die ene persoon die vandaag nog met gebogen hoofd binnenkomt, en die morgen dankzij een kans weer rechtop door het leven zal gaan.
Want als je mensen vertrouwen geeft, krijg je iets terug dat geen enkele wet, regel of subsidie kan geven: hun kracht. Die kracht is onbetaalbaar. Het is de motor van herstel, groei en verbinding. Het is wat organisaties, teams en samenlevingen menselijk maakt.
Ik wens je moed, inzicht en vooral: een open blik. Niet een arbeidsmarkt waar iedereen ‘mag’ meedoen als bijvangst, maar een arbeidsmarkt die iedereen wíl zien. Een arbeidsmarkt die niemand apart zet, die ieders talent nodig heeft, die niemand opgeeft. Dáár geloof ik in. En het kán wél. Laten we samen zichtbaar maken wat er wél kan.
Arthur Hilberdink
Afdelingshoofd Facility Support en jobcoach aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Winnaar Rick Brink Award 2025.
Uitgeverij: Durden
Eerste druk: zomer 2026
Integratie zegt: jij mag meedoen zolang je aan ónze voorwaarden voldoet. Meedoen zegt: jij mag meedoen zoals jij bent, en wij passen het systeem aan waar dat nodig is. Je voelt meteen of meedoen echt is
